CONTROLE VAN DE ONTSTEKING DMV EEN STROBOSCOOPLAMP.
Voor het controleren van de ontsteking is de krukas poelie van de V-7 motoren voorzien van 3 extra timing merktekens. Deze merktekens dienen om te bepalen of de ontsteking goed is getimed. De merktekens op de poelie zijn als volgt gedefinieerd (zie fig. 1):
<<B>> (eerst op de links) is de BDP- merkteken van de 2e cilinder
<<C>> is de 10 ˚ voorontsteking t.o.v. BDP.
<<D>> in de 30 ˚ automatische voorontsteking t.o.v. BDP.
<<E>> is de 38 ˚ maximale voorontsteking t.o.v. BDP.
De controle is als volgt:
Sluit de stroboscooplamp aan op de cilinder 2. Sluit de 2 stroboscoop kabels met klemmen aan op de accu, zodat klem (+) is bevestigd aan accu pool (+) en de andere pool (-). Na dat deze verbindingen met de plug en de accu zijn gemaakt, start je de motor en richt het stroboscoop licht op pijl <<A>> op het distributiedeksel. Tip: maak de markeringen met bv. witte verf duidelijker zichtbaar.
Controleer of pijl << A>> samenvalt met de markeringen van de krukaspoelie.
Op de volgende toerentallen:
- Markering <<C>> op1200 ± 100 tpm
- Markering <<D>> bij 2200 ± 100 tpm
- Markering <<E>> bij 3600 ± 100 tpm
Indien bij deze controle blijkt dat de pijl <<A>> in lijn staat met de merktekens <<C>>op de poelie en de <<D en E>> op het hierboven vermelde toerentallen, dan zijn de vaste en automatische voorontstekingen juist. Zoniet dan zul je met draaiende motor de ontstekingtoren moeten bijstellen. |